|
Driehoekmethode Door: Matthijs de Zwart De driehoekmethode gaat op zoek naar formaties waarbij de toppen en dalen van een koers een driehoek vormen. Deze veel voorkomende methode kan zeer nuttig zijn om te gebruiken. In de technische analyse wordt gebruik gemaakt van drie verschillende driehoeken. De aflopende, symmetrische en oplopende driehoek. Een driehoek heeft als kenmerk dat de steun- en weerstandslijnen samenkomen terwijl de koers tussen deze lijnen blijft en daarbij de twee niveaus tenminste vier keer heeft geraakt met een maximum van ongeveer zes keer. De voorwaarde van vier is eigenlijk niet meer dan logisch. Want om een lijn te tekenen zijn in ieder geval twee punten nodig. En aangezien er sprake is van twee lijnen (de steun- en de weerstandlijn) zou u dus sowieso vier raakpunten moeten hebben.
Theoretische voorstelling van een opgaande driehoek. In dit voorbeeld zoekt de koers eerst nog een keer steun bij de eerdere weerstand. Dit hoeft niet altijd te gebeuren, maar is wel mogelijk. We beginnen met de bespreking van een symmetrische driehoek.
Theoretische voorstelling van een symmetrische driehoek. Rood geeft het patroon aan bij een dalende koers en groen bij een stijgende koers. De symmetrische driehoek is over het algemeen een continuatie formatie. Dat houdt in dat de koers de originele trend zal doorzetten nadat deze uit de driehoek is gebroken. De periode waarbij de koers “gevangen” zit in de driehoek kan gezien worden als een rustperiode.Bij een symmetrische driehoek zullen de bodems hoger zijn dan voorgaande bodems en de toppen juist lager dan voorheen. Op deze manier krijgt u dus twee hellende lijnen. Het verschil bij aanvang van de driehoek tussen de beide lijnen noemt men de “basis”. Het punt waar de twee lijnen elkaar kruisen wordt de “apex” genoemd. Bij een echte driehoek zal de uitbraak meestal plaatsvinden op een tijdslengte van 2/3 tot 3/4 van de basis tot de apex.De koers zal naar het punt gaan waar de uitbraak plaatsvindt. Dus wanneer de koers positief uitbreekt, zal er meestal snel een koersstijging plaatsvinden. Hoe breder de driehoek, hoe groter de koerssprong. Het theoretische koersdoel kunt u bepalen door de grootte van de basis te bepalen en deze waarde op te tellen bij het punt waar de driehoek positief gebroken wordt, of af te trekken waar de driehoek negatief gebroken wordt. Tijdens de formatie zal het volume over het algemeen afnemen en pas (snel) toenemen wanneer de formatie voltooid wordt (bij een doorbraak dus).
De gele lijn geeft de breedte van de basis weer. Deze dient als theoretisch koersdoel bij een uitbraak. Bij een oplopende driehoek formatie is de bovenste lijn (weerstand) vrijwel helemaal recht. En zullen de dalen steeds hoger liggen. Aangezien er blijkbaar steeds op een hoger niveau wordt (bij)gekocht, kunt u ervan uitgaan dat de interesse voor de waarde in positieve zin toeneemt. Want de massa koopt geen aandelen op een steeds hoger punt, als ze niet zou denken dat het aandeel zou gaan stijgen. Bij een doorbraak van de bovenste lijn kan het koersdoel op dezelfde manier worden bepaald als bij de symmetrische driehoek.
De groene lijn geeft de breedte van de basis weer. Deze dient als theoretisch koersdoel bij een uitbraak. Voor de aflopende driehoek geldt hetzelfde verhaal als eerder beschreven. Alleen wordt het koersdoel dan bepaald door de basishoogte van de steun af te trekken wanneer deze wordt doorbroken. Kijk ook bij de wig formatie. |
hypotheek lenen bellen mobiel internet adsl wonen verzekeren geld reizen vakantie belasting nokia MetaStock en tradestation of chartnet koersen technische analyse |
|
|
Disclaimer |